Wilt u dat uw kind ook met plezier naar school gaat?

Soms lukt dat even niet en heeft uw kind tijdelijk bijles nodig.

Wat houdt deze bijles in?

  • hulp bij rekenen of taal (spelling, woordenschat, begrijpend lezen, grammatica)
  • individuele ondersteuning
  • hulp op maat
  • de lesstof wordt op een uitdagende manier aangeboden
  • ik ga samen met uw kind onderzoeken op welke manier hij het beste leert

Hulp bij rekenen

In groep 3 is de leerling zo druk bezig met leren lezen, dat getalbegrip en hoeveelheid gevoel niet voldoende ontwikkeld worden.
Getalbegrip en hoeveelheidgevoel vormen de basis van het rekenen. Als het kind dit niet voldoende onder de knie heeft,
dan blijven de sommen tot en met 10 lastig. De sommen zijn dan niet voldoende geautomatiseerd.

Bij de ondersteuning blijf ik kinderen uitdagen om op een andere manier tot rekenen te komen. Hierbij zet ik ook de JaMaRa
rekenmethode in, waarvoor ik gecertificeerd ben.

Hulp bij taal

Vanaf groep 4 en 5 blijkt soms dat kinderen moeite hebben met spelling. De spellingregels zijn niet altijd even duidelijk.

Het Nederlands is eigenlijk een ingewikkelde taal.

Zie het gedicht: De linguïstieke logica van het Nederlands

Als blijkt dat uw kind een echte beelddenker is en dat deze manier van denken en leren de oorzaak van het reken- of taalprobleem is,
dan is bijles niet de oplossing. In dat geval adviseer ik de Davis® methode.

Training Leuker Leren

Samen met collega coach Manon Meyer, heb ik een online training samengesteld voor spelling.
Deze is vanaf oktober 2018 online te vinden bij Leuker Leren.
Hier kunt u thuis samen met uw kind oefenen op de tijden die u het beste uitkomt.

De linguïstieke logica van het Nederlands

Het meervoud van ‘slot’ is ‘sloten’,
Toch is het meervoud van ‘pot’ niet ‘poten’.
Wie gisteren ging vliegen, zegt heden ‘ik vloog’,
Dus zegt u misschien van wiegen: ‘ik woog’.
Nee, want ‘ik woog’ is afkomstig van ‘wegen’,
Maar… is nu ‘ik voog’ een vervoeging van ‘vegen’?
En dan het woord ‘zoeken’ vervoegt men ‘ik zocht’
En dus hoort bij vloeken dan: ‘ik vlocht’.
Alweer mis, want dit is afkomstig van ‘vlechten’,
Maar ‘ik hocht’ is geen juiste vervoeging van ‘hechten’.

Bij ‘roepen’ hoort ‘riep’, maar bij ‘snoepen’ geen ‘sniep’.
Bij ‘lopen’ hoort ‘liep’ maar bij ‘kopen’ geen ‘kiep’.
En evenmin hoort bij ‘slopen’: ‘sliep’,
Want dat is afkomstig van het schone woord ‘slapen’.
Maar zeg nu weer niet ‘riep’ bij het werkwoord ‘rapen’,
Want die komt van ‘roepen’ en u ziet het terstond:
Zo draaien we vrolijk in een kringetje rond.

U ziet, de verwarring is akelig groot.
Nog talloze voorbeelden kan ik daarvan geven,
Want ‘gaf’ komt van ‘geven’, maar ‘laf’ niet van ‘leven’.
Men spreekt van ‘wij hinken, wij hebben gehonken’.
Het is: ‘ik weet’ en ‘ik wist’; zo vervoegt men dat,
Maar schrijft u niet bij ‘vergeten’: ‘vergist’.
Dat is een vergissing, ja moeilijk, dat is ‘t.

Het volgend geval, dat is bijna te bont.
Bij ‘slaan’ hoort: ‘ik sloeg’, niet ‘ik sling’ of ‘ik slong’.
Bij ‘gaan’ hoort: ‘ik ging’, niet ‘ik gong’ of ‘ik gond’.
En noem tenslotte geen mannetjes-rat ‘rater’,
Al gaat dat wel op bij ‘kat’ en ‘kater’.

H. Hagers